Voor het optekenen van deze "Ten huize van..." togen wij naar Spijkenisse. Spijkenisse ligt onder de rook van Rotterdam en is de woonplaats van Arie Hoek. Wanneer je bij Arie de straat in rijdt, ademt de hobby je al tegemoet. Het is niet zo moeilijk het juiste huis te vinden, want een plaquete aan de gevel, met de aankondiging "Grasparkietenfarm Arie Hoek" wijst je eenvoudig de weg. We zijn eigenlijk bij Arie terecht gekomen vanwege het feit dat hij zich al jaren inspant om goede lacewings te kweken en dit niet met onverdeeld succes. Wie herinnert zich niet de fantastiche lacewing pop, waarmee Arie de W.V.K.show van de B.S.H. won en die vanwege haar uitmuntend type de bijnaam kakatoe kreeg toegemeten.

Wanneer je met Arie om de tafel gaat zitten, heb je al gauw in de gaten, dat je hier te maken hebt met een echte liefhebber met een bijzonder brede interesse voor onze hobby. Hij kan echt genieten, niet alleen van zijn eigen vogels, maar hij kan ook bij anderen goed de zon in het water zien schijnen. Wanneer hij goede vogels ziet, is een van zijn uitspraken; nu heb ik weer iets om van te dromen! Aan zijn voldane gezichtsuitdrukking, kan je zien, dat hij dit ten volle meent.

Hoe het begon. De vogelhobby nam een aanvang, doordat hij met twee broers heel actief was in de sierduiventeelt. Hij fokte onder andere Norwichers en Valencias. In 1972 rolde hij heel toevallig in de grasparkietenhobby. Gedurende een wandeling langs de Varkensoordseweg in Rotterdam hoorde hij parkietengekwetter en in een impuls belde hij, zoals later bleek aan bij Harrie van Doorne. Hier werden de eerste vogels aangeschaft en dit was het begin van een nieuwe liefde, die inmiddels al meer dan 32 jaar voortduurt.

Als jonge liefhebber is men zoekende. Samen met zijn jongere broer werden bezoeken afgelegd bij Adrie Westerlaken. Jan van der Zalm in Naalswijk, Cor Zegelaar en last but not least Armand Swaegers. Allemaal belangrijke kwekers in die tijd. In 1983 kwam hij in het bezit van een man, die split lacewing bleek te zijn. Deze werd aangekocht bij Ed Scholtz en bleek bij navraag af te stammen van de Duitse kweker Swarz, die op zijn beurt weer vogels had van Reinhart Molkentin en hier kwam het lacewing bloed dan ook oorspronkelijk vandaan. Het eerste jaar kweekte hij drie lacewing poppen en dit was voor hem het begin van een hobby in een hobby.
De lacewings. De mooie contrasten in de lacewings fascineerde Arie. Een gele- of witte lichaamskleur, afgewerkt met een bruine tekening is voor hem iets speciaals. Eerst werd aan het type gewerkt, naderhand werd de diepte van de kleur en de tekening heel belangrijk. Hij gebruikt hier bij voorkeur normalen voor, met een zo diep mogelijke pigmentatie. Deze manier van kweken levert een veel betere kleur op, als het gebruik van b.v. cinnamons. Voor de kleurdiepte te verbeteren maakt hij gebruik van donkerfaktorige vogels. Arie is geen voorstander van lacewing x lacewing-verparingen. Dit geeft een vervaging van kleur en tekening en bovendien lopen de jongen uit zulke verparingen terug in formaat.
De normalen. Om goede lacewings te kweken, moet men de beschikking hebben over goede normalen. Het is een zoektocht naar materiaal dat passend is en van deze tijd. De normalen staan dan ook niet totaal in dienst van de lacewings. Naast de lacewings, ziet men bij Arie ook goede normalen en spangles, want ook hier gaat zijn interesse naar uit. De oude lijn normalen voldeed in zijn ogen niet meer en werd langszaam afgebouwd en vervangen. De vogels, die hij nu gebruikt zijn een mix van bloed van Adrie Westerlaken en Cor Zegelaar, waar naderhand vogels aan werden toegoegd van Chris Snell, Don Havenhand uit Engeland en de laatste jaren worden vogels van Prijveco belangrijk. Vooral deze laatste vogels brengen succes in de lacewingverparingen. Bovendien is er een outcross aangeschaft bij Rene Heijlen, die ook de nodige successen heeft met de lacewing variant.
Aangezien Arie de beschikking heeft over een overigens prachtige, maar in afmetingen bescheiden vogelverblijf, is hij steeds op zoek naar materiaal, dat hem van nut kan zijn. Er is te weinig broedruimte om voor zijn specialisme steeds de juiste in-outcrosses te kweken. Daarom is hij steeds alert op zoek naar een vogel, die hem verder kan helpen. Ook wordt er wel eens samengewerkt met Rinus van den Broek, wat iets meer armslag geeft.

Type. Wat opvalt is, dat de vogels opvallen door hun statig type. Ze zitten parmantig op stok en richten zich hoog op. Bovendien trekken ze de kopbevedering hoog op over de kruin. Een type, dat vooral van de zijkant gezien bijzonder aantrekkelijk is.
Verzorging. Als basis voer maakt Arie gebruik van de Mannes-mengeling. Het mag wat duurder zijn, maar alles wordt gegeten en het heeft een goede verhouding in de voedingselementen. Als voorbereiding op de kweek geeft Arie geweekte haver, bestrooid met Breedmax. Hij gebruikt een huismerk eivoer, waaraan een mespuntje gistocal wordt toegevoegd. De kweekparen krijgen dit iedere dag, de vogels in de voliere krijgen dit drie maal per week verstrekt. Bovendien wordt steeds geraspte winterpeen toegevoegd, als het kan biologisch geteelt..
Successen. De inspanningen van Arie om een lacewingstam op te bouwen zijn niet onopgemerkt aan de hobby voorbij gegaan. Hij heeft aardig wat succesjes op zijn palmares staan, b.v. 1989 beste stam P.S.C., 1994 algemeen klassement in Veenendaal met 458 punten, 1994 Tegengesteld geslacht W.V.K. in Hapert met zijn beroemde kakatoe. En recent 2003, de beste lacewing van de show in Monchen Gladbach, Duitsland, waar hij onder meer de beste lacewing van de Europashow in Karlsruhe versloeg.
Tenslotte. Behalve zijn ongetwijfeld mooie vogels, blijft vooral de persoon Arie Hoek je bij. Een bezonder aimabele, bescheiden man en een liefhebber in hart en nieren. Iemand, die met een enthousiasme over zijn hobby praat, waardoor je wel meegetrokken wordt in een wereld van grasparkieten. Een bijzondere ervaring en een woord van dank voor een gastvrij onthaal door Arie en zijn vrouw. Geniet van de bijgaande foto's