Wanneer in Nederland het verhaal over de kip en het ei gesproken wordt, komen we al heel snel terecht in Barneveld. Als je hoort spreken over Barnevelders wordt dit niet in de eerste plaats geassocieerd met de inwoners van Barneveld, dan wel met het kippenras, bekend van de grote, bruine eieren. In Barneveld, zo leerden we vroeger op school, vinden we dan ook een bekende eiermijn. Doch strikt genomen kunnen we Ate Atema een Barnevelder noemen. Samen met vrouw Ida bewoont hij een huis in de Brederostraat. Zijn twee dochters zijn inmiddels het huis uit, zo dus delen ze nu het huis met hond Turbo, die nu voor de nodige turbulentie in huis zorgt.
Hoe het begon

Zoals we dit wel meer horen, startte voor Ate de liefhebberij met de aanschaf van een grasparkiet, die handtam werd gemaakt en aldus het gezin voor zich inpalmde. De interesse van Ate voor deze levendige vogels was gewekt en al zoekende naar meer van deze vogels, kwam hij terecht bij Ben Vink in Renswoude. Hier zag hij grotere vogels, daar Ben al bezig was met de standaard vogels. Natuurlijk werden er wat paartjes aangeschaft en werd de tuin verrijkt met de eerste voliŤre. Via Ben werd hij lid van de P.S.C. en startte zijn ontwikkeling als grasparkietenkweker. Zo vond hij ook zijn weg naar Arie Versluis in Otterlo, die zijn mentor werd en hem de weg wees in de parkietensport. Arie nam hem mee naar de clubshow van de toenmalige B.S.H. in Hapert. De eendagshow , de lezing, de voortreffelijke ambiance en de uitstekende vogels maakte een diepe indruk op hem. Zo kwam hij in contact met Jos Backx en Jac Cuyten, die hem van goed kweekmateriaal voorzagen. Inmiddels had de samenwerking met Arie zich verdiept en kwamen ook de Versluis vogels naar Ate en ontstond het partnership Atema-Versluis. Arie's drukke werkzaamheden noopten hem tijdelijk uit de hobby te stappen, waardoor het partnership niet lang duurde en Ate weer op zichzelf was aangewezen.
Duizendpoot

Inmiddels was er in de achtertuin een nieuwe kweekruimte gebouwd, grenzend aan de perfectie. Ate is van origine schilder en timmerman, met als specialisatie interieurbouw en dit is duidelijk te zien in het werk dat hij aflevert. Een prachtige broedruimte, goed kweekmateriaal; alle ingrediŽnten om je te kunnen gaan profileren in de parkietensport, zo zou men denken.
Stroom door de rekening

Niets is echter minder waar. De vogels, die in zijn nieuwe hok kwamen te zitten verloren conditie en kwijnden na enige tijd volledig weg. De kweekresultaten waren bedroevend. Alles en iedereen werd ingeschakeld om het lek boven te halen, echter niets hielp. Nieuw aangeschafte vogels hielden het een jaartje vol en vervielen dan in dezelfde symptomen. Uiteindelijk bleek de reden te liggen in de stroomvoorziening van de wijk. Hiervoor was een grote electriciteitskast gebouwd, juist achter zijn broedruimte. De magnetische velden, die deze kast veroorzaakte, waren de oorzaak.
Doorzetter

Je moet een doorzetter zijn om jaren van pech te kunnen overleven. Pech achtervolgde Ate niet alleen in zijn hobby. Toen hij door een bedrijfsongeval bijna een hele hand moest missen stortte een wereld voor hem in. Verschillende operaties en een lange revalidatieperiode volgde. Onzekerheid over hoe verder en wat is er nog mogelijk, dienen zich dan aan. Het was in die tijd, dat Jac Cuyten hem stimuleerde om vogelattributen te gaan maken. Hij bestelde bij Ate de inmiddels wereldwijd bekende voederautomaten, vluchtbakjes voor de jongen, broedblokken en showkooien. Ate zette zich schrap, rechtte zijn rug en leerde, soms gepaard met de nodige krachttermen, met zijn handicap om te gaan. Er was toch nog veel meer mogelijk, dan in eerste instantie gedacht werd. Zijn opdrachten op vogelgebied groeide, Ate zette door en werkte zich over dat dode punt. Hij leerde dat, met soms eigengemaakte hulpmiddelen, een boel te compenseren is en vocht zich zo een weg terug in de maatschappij. Inmiddels heeft hij zijn eigen bedrijfje en redt zich prima.
Verhuizing

Inmiddels woont Ate al weer vijf jaar aan de Brederostraat en bouwde een nog voortreffelijker vogelhuis. Sinds de verhuizing zijn ook de gezondheid van zijn vogels en daarmee ook zijn kweekresultaten aanmerkelijk vooruit gegaan. Het loopt wel niet perfect, maar dit is ook voor een groot gedeelte te wijten aan zijn visie op vogels. Ate beweegt zich nogal naar de buff kant en de zwaar bevederde vogels zijn per definitie niet de makkelijkste kweekvogels. Het is vaak balanceren op het randje en Ate realiseert zich, dat je hier ook een prijs voor moet betalen, wat zich dan dikwijls vertaalt in mindere kweekresultaten.
Zijn vogels

Het is vooral zijn spangle familie, die zich leuk ontwikkeld en waarop hij zich nu vooral concentreert. Hierom heen bouwt hij nu verder en probeert zo zijn grijze en blauwe vogels, die een familie vormen, weer goed aan de praat te krijgen. De hoofdmoot van zijn bloedlijnen stamt van Jos Backx en Jac Cuyten. Verder vinden vogels terug van Prijveco en Stegeman. Bovendien hebben Gijs Dijkgraaf en Singham Kandiah hem dit jaar ook van wat vogels voorzien. Hij hoopt hiermee een slag te maken in de vruchtbaarheid.
Tentoonstelling

Ate is van origine al niet zo'n tentoonsteller. Na zijn ongeluk echter is het conditioneren van zijn vogels een stuk gecompliceerder geworden. Maskers conditioneren b.v., is een haast onmogelijke klus. Met al zijn vindingrijkheid, kan hij hiervoor geen oplossing bedenken. Voor het ringen van de vogels bijvoorbeeld, heeft hij alweer een apparaatje bedacht, dat hem met een hand in staat stelt de ring om te doen.
Voeding

Ate gebruikt de standaardmengeling van Teurlings, waaraan hij zelf witzaad en Japanse millet toevoegd. Zijn opfokvoer heeft als basis Orlux, gecompleteerd door gedroogde insecten en een mix van gedroogde groente en rusk. Een beetje water wordt verrijkt met vitamine of kalk en dient vervolgens gebruikt om de groente-rusk mix rul te maken. Dit alles wordt ondersteund door produkten van de birdcare company, met name pro-boost voor de eiwitten en daily essentials 3, voor de vitamine en mineralen. Bovendien wordt calcivet (een snel opneembaar vloeibaar kalkprodukt) gebruikt voor de kalkvoorziening. Tot slot worden grit en maagkiezel, alsmede pikstenen aangereikt.
Tenslotte

Ate zit vooral in de hobby, omdat hij helemaal verknocht is aan het kweken. Natuurlijk zijn ook de kontakten met andere liefhebbers heel belangrijk. Hier zit echter ook een gevaarlijke kant, zegt gevoelsmens Ate Atema. Hobby moet een ontsnapping in ontspanning blijven en verharding en zakelijkheid horen hierin niet thuis.